Proefsleuvenonderzoek
Als uit vooronderzoek (bureau- of booronderzoek) blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden en aanpassing van de bouwplannen niet voorkomt dat deze resten aangetast worden, kan het bevoegd gezag beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Vooral voor archeologische sites met een lage vondsdichtheid is een proefsleuvenonderzoek een geschikte methode. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht wordt. (Meer over proefsleuven in KNA)
Dit betekent...
dat (meestal) op aanwijzing van een ervaren archeoloog met een graafmachine één of meerdere sleuven getrokken worden. Vervolgens worden alle aanwezige vondsten, sporen en structuren gedocumenteerd. In veel gevallen wordt ook het bodemprofiel beschreven door een fysisch geograaf. De methode die hiervoor gehanteerd wordt, staat beschreven in het Programma van Eisen (PvE), dat vooraf moet worden opgesteld en door het bevoegd gezag goedgekeurd dient te worden. Na afloop van veldwerk wordt een rapport opgesteld met daarin een advies voor de vervolgstappen. Indien blijkt dat de vindplaats niet van wezenlijk belang is, kan het gebied door het bevoegd gezag vrijgegeven worden voor de voorgenomen bouwplannen. Het archeologisch onderzoek is dan klaar en u kunt aan de slag met uw bouwplannen.
Maar het advies kan ook luiden dat de vindplaats wél van belang is en dat deze beschermd dient te worden. Dit kan op meerdere manieren: de voorkeur heeft aanpassing van de bouwplannen zodat de resten ter plaatse bewaard kunnen worden. Indien dit niet mogelijk is, kan besloten worden tot het definitief opgraven van de vindplaats. Een tussenoplossing kan zijn dat de voorgenomen bouwwerkzaamheden worden begeleid door een archeoloog.
Weten wat een proefsleuvenonderzoek voor uw plangebied gaat kosten? Klik hier!
Definitieve opgraving
Indien de archeologische resten niet in de bodem bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan het bevoegd gezag besluiten over te gaan tot een definitieve opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden. (Meer over opgraving in de KNA)
Dit betekent...
dat de grond laagsgewijs wordt verwijderd, vondsten worden verzameld en gedocumenteerd. Ook worden sporen en structuren gedocumenteerd. Dit alles leidt tot een aanzienlijke hoeveelheid documentatie en vondstmateriaal. Na afloop van het gehele onderzoek wordt het vondstmateriaal tezamen met de documentatie gedeponeerd in het provinciaal depot.
Wat kost een opgraving? Klik hier!
Archeologische begeleiding
Deze onderzoeksvorm wordt alleen in uitzonderlijke gevallen geadviseerd. Volgens de KNA worden drie mogelijke aanleidingen voor archeologische begeleiding genoemd: Wanneer het door fysieke belemmeringen niet mogelijk is om adequaat vooronderzoek uit te voeren. Wanneer op grond van beschikbare archeologische informatie wordt geconcludeerd dat het doen van een opgraving niet (meer) nodig is, maar men toch het zekere voor het onzekere wil nemen. Wanneer sprake is van bijzondere onderzoeksvragen bij uitvoeringstrajecten. Voor het uitvoeren van een archeologische begeleiding is een goedgekeurd PvE noodzakelijk. (Meer over archeologische begeleiding in KNA)
Dit betekent...
meestal dat de bouwwerkzaamheden begeleid worden door een ervaren archeoloog. Op aanwijzing van de archeoloog kunnen de werkzaamheden stilgelegd worden om bepaalde archeologische resten te kunnen documenteren. Het kan zelfs voorkomen dat de aangetroffen resten alsnog aanleiding geven tot het opgraven ervan. In de meeste gevallen echter zullen de aangetroffen archeologische resten beperkt zijn. Dit betekent dan ook maar een heel beperkte of zelfs geen vertraging voor uw bouwproces.
voor het aanvragen van een offerte, klik hier!
