Bureau-onderzoek
Ieder archeologisch onderzoek start met een bureau-onderzoek. Volgens de KNA (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie) heeft dit tot doel om aan de hand van bestaande bronnen informatie te verwerven over bekende of verwachte archeologische waarden binnen een omschreven gebied.
(Meer over het bureau-onderzoek in de KNA)
Dit betekent...
dat een archeoloog diverse bronnen (o.a. vondstmeldingen, archieven en kaarten) raadpleegt, zodat er zonder veldonderzoek een archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld. Dit model geeft het plangebied een lage tot hoge verwachtingswaarde. Op basis hiervan wordt een advies gegeven over verdere stappen. In principe zijn er twee mogelijkheden:
Uit het onderzoek kan blijken dat er geen archologische resten te verwachten vallen of dat de bodem in het verleden al dusdanig is verstoord, dat mogelijke resten zijn verdwenen. Als het bevoegd gezag deze bevindingen overneemt, dan bent u klaar en kunnen de bouwplannen verder uitgevoerd worden.
Uit het bureau-onderzoek kan ook blijken dat er wél archeologische resten te verwachten zijn en dat er vervolgonderzoek nodig is. Dan volgt de volgende stap: het Inventariserend Veld Onderzoek. Dit kan in de vorm van een booronderzoek of een proefsleuvenonderzoek.
Weten wat een bureau-onderzoek voor uw plannen gaat kosten? Klik hier voor een snelle, vrijblijvende offerte!
Inventariserend Veld Onderzoek (IVO) d.m.v. boringen
Volgens de KNA is het doel van een IVO het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde verwachting, zoals die is vastgesteld tijdens het bureau-onderzoek. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. De KNA onderscheidt drie fasen in het booronderzoek: de verkennende, de karterende en de waarderende fase.
Dit betekent...
dat in de verkennende fase relatief weinig boringen worden gezet (tot 6 boringen per hectare) die inzicht moeten geven in de bodemopbouw en mogelijke verstoringen. Blijkt hieruit dat er een kans bestaat op het aantreffen van archeologische resten, dan volgt de karterende fase. Het het boorgrid wordt verdicht (meestal 20 boringen per hectare), er wordt actief gezocht naar archeologische indicatoren in de boorkernen en monsters uit de boorkernen worden gezeefd. Als hieruit blijkt dat er sprake is van een archeologische vindplaats, dan wordt deze in de waarderende fase door middel van megaboringen gewaardeerd om uitspraken te kunnen doen over onder andere de omvang en de gaafheid van de vindplaats.
Kostenbesparing
Dit kan door het combineren van meerdere fasen van het onderzoek. Door een archeologische quickscan, die geheel gratis is, kunnen we bepalen of een bureau-onderzoek gevolgd zal moeten worden door een booronderzoek. Aangezien dit vaak het geval is, zijn wij daar erg bedreven in. Dit levert voor u een zeer snelle gang van zaken op en slechts één rapport met daarin het verslag van meerdere onderzoeksgangen.
Hoeveel kunt u besparen door een gecombineerd onderzoek? Vraag hier direct een offerte aan!